BRAAKLAND/ZHEBILDING - MUZIEKTHEATERGEZELSCHAP

hetnieuwstedelijk.jpg
aankondiging_timeline.jpg
logo.gif
melancholyposteweb-723x1024.jpg
flyer_4.jpg
flyer_4.jpg
hetnieuwstedelijk.jpg aankondiging_timeline.jpg logo.gif melancholyposteweb-723x1024.jpg flyer_4.jpg flyer_4.jpg

Dansen Drinken Betalen - (almost) The Movie /...
INBEV AWOE - Jessa Wildemeersch - Vermaak na...
Vermaak na Arbeid 2014 - powerpoint

Audio - algemeen

We kussen - Chantal Acda - Sabine Sabine Sabine

You are missing some Flash content that should appear here! Perhaps your browser cannot display it, or maybe it did not initialize correctly.

reageer

Nieuwsbrief

Beheer uw nieuwsbriefinschrijvingen
Selecteer de nieuwsbrief(ven) waarop u wilt in- of uitschrijven.

In de pers - algemeen

09/02/2015 Utrechts Dagblad over Sabine... Utrechts Dagbla...
10/02/2015 Adriaan Van Aken overspeelt... Volkskrant (NL)
09/02/2015 Dood en liefde, een moeilijk... Trouw (NL)

Kalender - algemeen

Er staan op dit ogenblik geen voorstellingen van deze productie (meer) in de kalender.

Hitler is Dood

bron: 
Zone 03
auteur: 
Evelyne Coussens
recensiedatum: 
27/05/2009
Productie: 
Hitler is Dood

Vaak doet theater ons via het kleine kijken naar het grote: de lotgevallen van individuele personages leiden tot algemene bespiegelingen over de mens en haar condition humaine. ’t Arsenaal en Braakland/Zhebilding volgen met Hitler is dood de omgekeerde weg: een drama van enorme existentiële proporties wordt ontleed tot op het niveau van de kleine, menselijke radertjes, in een poging de mechanismen van het kwaad beter te begrijpen. Auteur-regisseur Stijn Devillé verdiepte zich in de nazi-processen van Neurenberg (1945-1946) en puurde er een rechtbankdrama uit dat zowel documentair als theatraal grote indruk maakt.

Hitler is dood – wat nu? De duivel is door eigen hand de dans ontsprongen, dus moeten andere koppen rollen. Goering. Schacht. Speer. Von Papen. Von Ribbentrop. De zwarte affiches met nazikoppen hangen als vloeken in de foyer. Dat de vijf schuldig zijn, lijkt bij voorbaat vast te staan, en toch zal tijdens aanklacht, verhoor en proces van sommigen net het absolute karakter van die schuld afbrokkelen. De rugnummers die de vijf dragen illustreren hoezeer ze individuen zijn. Er is een rangorde in schurkachtigheid, een gradatie in persoonlijke verantwoordelijkheid. Want hoe groot is hun individuele schuld, gesteld tegenover de collectieve schuld van de Duitse natie? Is niet elke dader ook slachtoffer van zijn tijd en omstandigheden? Konden deze mannen anders handelen dan ze hebben gehandeld? En wat met de misdaden van de geallieerden tegen Duitse burgers? De trotse, ijdele Goering, briljant vertolkt door Rik Van Uffelen, laat niet na die bal voortdurend terug te kaatsen – of is het burgerleed van het platgebombardeerde Neurenberg slechts ‘collateral damage’? Het is niet de enige vraag die pijnlijk actueel in de oren klinkt. Wat geeft een natie eigenlijk het recht zich te moeien met een andere natie? De speelse muzikale verwijzing naar het Walkurenthema uit Apocalypse Now brengt herinneringen boven aan een nefast staaltje bemoeizucht. Maar de jonge, idealistische aanklager West (Pieter Genard) heeft zijn antwoord klaar: ‘Als massamoord ons niet meer zou aangaan, kunnen we meteen de maatschappij afschaffen.’ Met de holocaust komt de kat op de koord. Iedereen is het erover eens dat een moord op deze schaal de interventie van een andere natie rechtvaardigt. Bitter is dan ook de vaststelling dat de internationale ‘morele’ waakhond vandaag enkel blaft als er economische belangen op het spel staan, eerder dan humanitaire – vraag dat maar aan de Rwandezen.

Hitler is dood is sober geënsceneerd, waardoor de nadruk op de tekst komt te liggen, die niet enkel inhoudelijk maar ook ritmisch prachtig ineensteekt, met een wisselende zegging en een aanzienlijke versnelling in ritme naar het einde. Muzikanten Rudy Trouvé, Geert Waegeman en Gerrit Valckenaers zorgen, hoog gezeten op hun houten constructie, voor een minimalistische maar sfeerbepalende soundtrack.

Uiteindelijk levert de kleinmenselijke aanpak niets op. De intieme kennismaking met deze menselijke duivels levert geen bevredigend antwoord op naar het ‘waarom’ van de gruwel. Hun individuele verhalen leiden, paradoxaal genoeg, toch terug naar de grote, existentiële vragen waarvan we vertrokken zijn. Misschien kan over dergelijke gebeurtenissen alleen in abstracte, filosofische termen gesproken worden, en is het concrete gewoonweg te ongeloofwaardig. Het grote ‘begrijpen’ waar aanklager West én het publiek naar snakken, blijft uit. Zware, maar noodzakelijke koek.