BRAAKLAND/ZHEBILDING - MUZIEKTHEATERGEZELSCHAP

hetnieuwstedelijk.jpg
aankondiging_timeline.jpg
logo.gif
melancholyposteweb-723x1024.jpg
flyer_4.jpg
flyer_4.jpg
hetnieuwstedelijk.jpg aankondiging_timeline.jpg logo.gif melancholyposteweb-723x1024.jpg flyer_4.jpg flyer_4.jpg

Dansen Drinken Betalen - (almost) The Movie /...
INBEV AWOE - Jessa Wildemeersch - Vermaak na...
Vermaak na Arbeid 2014 - powerpoint

Audio - algemeen

We kussen - Chantal Acda - Sabine Sabine Sabine

You are missing some Flash content that should appear here! Perhaps your browser cannot display it, or maybe it did not initialize correctly.

reageer

Nieuwsbrief

Beheer uw nieuwsbriefinschrijvingen
Selecteer de nieuwsbrief(ven) waarop u wilt in- of uitschrijven.

In de pers - algemeen

09/02/2015 Utrechts Dagblad over Sabine... Utrechts Dagbla...
10/02/2015 Adriaan Van Aken overspeelt... Volkskrant (NL)
09/02/2015 Dood en liefde, een moeilijk... Trouw (NL)

Kalender - algemeen

Er staan op dit ogenblik geen voorstellingen van deze productie (meer) in de kalender.

Willem Elsschot met hoge street credibility

bron: 
De Morgen
auteur: 
Eric Rinckhout
recensiedatum: 
16/07/2010
Productie: 
Dwaallicht

Acteur Warre Borgmans en muziektheatergezelschap Braakland/ZheBilding hebben zich gewaagd aan Het dwaallicht van Willem Elsschot. Ze hebben de melancholische novelle uit 1946 binnenstebuiten gedraaid en er een sfeervolle en spetterende voorstelling van gemaakt, afwisselend ruw, gechargeerd en ingetogen.

Een veelstemmige acteur, een stel morsige muzikanten en een rudimentair podium. Een simpele maar sfeervolle locatie, van het soort waarop de Zomer van Antwerpen het patent blijkt te bezitten. Voeg daarbij de gezonde dwarsigheid van bewerkers en regisseurs Adriaan Van Aken en Stijn Devillé, die Elsschot met respect maar eigenzinnig benaderen, en je hebt de ingrediënten van de meeslepende muziektheatervoorstelling Dwaallicht.

Het dwaallicht is het laatste voltooide boek van Elsschot. Het is een melancholische novelle over een nachtelijke dwaaltocht door Antwerpen. Vier mannen - de ‘autochtoon’ Laarmans en drie Afghaanse matrozen - zijn op zoek naar de bloedmooie zakkennaaister Maria Van Dam. Een avond lang blijven ze de vrouw najagen als een schim. Ze blijft onvindbaar. Het adres dat zij ’s ochtends aan de matrozen gaf, is Kloosterstraat 15 en daar begint de voorstelling ook. Hoewel. Helemaal in de geest van het boek - Maria woont niet in Kloosterstraat 15 - blijkt de voorstelling niet daar maar op een andere, geheime locatie plaats te vinden. Borgmans neemt het publiek mee voor een korte dwaaltocht. Twee plekken uit Het dwaallicht worden aangedaan - het politiebureau en Lange Ridderstraat 71 -, waardoor de toeschouwers visuele aanknopingspunten krijgen. Een prima vondst.

In een voormalig seniorenlokaal om de hoek staat een gammel podium, opgebouwd met palletten en met enkele eenvoudige rekwisieten als vogelkooien en een platenspeler. Door de ramen zie je langzaam de duisternis invallen, terwijl Laarmans met zijn matrozen vruchteloos door de stad trekt. En zo zie je ook - toeval of niet - enkele nieuwe Belgen rondhangen in het plantsoentje op de achtergrond, alsof ze deel uitmaken van de voorstelling. Eén van de thema’s is immers de vreemdelingenhaat, die Laarmans en zijn drie ‘zwartjes’ in het Antwerpen van 1938 ondervinden.

Borgmans trekt zijn colbertjasje aan, zet een deukhoed op en is in één klap Laarmans geworden. Maar, net als Laarmans, heeft hij een meervoudige persoonlijkheid. Hij speelt de brave burgerman, die snel verleid wordt tot een avondje stappen op zoek naar een vrouw van het volk. Maar Borgmans neemt ook alle andere personages voor zijn rekening én laat de vele acteurs in hem de vrije loop. Hij schmiert en chargeert, danst en geeft het volk een Antwerpse stem. Hij vecht buiten, in het plantsoen, met bomen alsof hij een moderne Don Quichot is. Het wordt zelfs pure slapstick als hij een dikke agent gestalte geeft. Vier, vijf speelwijzen en registers door elkaar en toch verbrokkelt de voorstelling niet. Het maakt ze integendeel sterker en spannender.

Borgmans staat soms naast zijn personages en plots is hij dan weer de in zichzelf gekeerde, tobbende Laarmans. Na een charge wordt de voorstelling plotsklaps ernstig: als een van de Afghanen door een agent bij de kraag wordt gevat en ‘bloody nigger’ wordt genoemd of als Laarmans beseft dat de jaren hem niet wijzer maken en zijn hart onstuimig blijft. Uitgerekend dan vallen de muzikanten in met het toepasselijke lied ‘Only a Fool’. De voortreffelijke soundtrack van Rudy Trouvé en kompanen swingt overigens op eigenzinnige wijze: doo wop, close harmony en jazz, maar ook blues, die zo van een Amerikaanse katoenplantage lijkt te komen. De muziek ondersteunt de tekst en komt er soms in de plaats van. Want de tekst wordt niet integraal gespeeld: vooral de meer dramatische of introspectieve momenten werden geselecteerd. Het gesprek over het communisme is bijvoorbeeld vervangen door het enige niet zelf gecomponeerde nummer: ‘Tanz der Mussolini’ van D.A.F..

De grootste verrassing is bewaard voor het slot. In plaats van een melancholisch einde met Laarmans die zich bij de situatie neerlegt en naar huis gaat, zetten de muzikanten ‘A Tavern in the Town’ in, waaruit Elsschot in zijn slotregels citeert. Het blijkt een uitbundig drinklied te zijn. De boodschap is duidelijk: Laarmans ging uiteindelijk toch niet naar huis, maar liet zich meelokken door de klank van de stad en dook het nachtleven in. Ook het publiek wordt nog de nacht in gestuurd, want wie wil krijgt een adresje (inderdaad op een stukje papier gekrabbeld) waar een passend cadeau afgehaald kan worden. En zo kan ieder die dat wil, aan een dwaaltocht beginnen. Met of zonder gekleurde medemens.