BRAAKLAND/ZHEBILDING - MUZIEKTHEATERGEZELSCHAP

hetnieuwstedelijk.jpg
aankondiging_timeline.jpg
logo.gif
melancholyposteweb-723x1024.jpg
flyer_4.jpg
flyer_4.jpg
hetnieuwstedelijk.jpg aankondiging_timeline.jpg logo.gif melancholyposteweb-723x1024.jpg flyer_4.jpg flyer_4.jpg

Dansen Drinken Betalen - (almost) The Movie /...
INBEV AWOE - Jessa Wildemeersch - Vermaak na...
Vermaak na Arbeid 2014 - powerpoint

Audio - algemeen

We kussen - Chantal Acda - Sabine Sabine Sabine

You are missing some Flash content that should appear here! Perhaps your browser cannot display it, or maybe it did not initialize correctly.

reageer

Nieuwsbrief

Beheer uw nieuwsbriefinschrijvingen
Selecteer de nieuwsbrief(ven) waarop u wilt in- of uitschrijven.

In de pers - algemeen

09/02/2015 Utrechts Dagblad over Sabine... Utrechts Dagbla...
10/02/2015 Adriaan Van Aken overspeelt... Volkskrant (NL)
09/02/2015 Dood en liefde, een moeilijk... Trouw (NL)

Kalender - algemeen

Er staan op dit ogenblik geen voorstellingen van deze productie (meer) in de kalender.

Apocalyps nu in Hebzucht

bron: 
Theatermaggezien.be
auteur: 
An Melis
recensiedatum: 
24/04/2012
Productie: 
Hebzucht

De totale zonsverduisteringscène in 't begin kondigt als een niet mis te verstane metafoor de teloorgang al aan. We zien mensen die alles in de hand hebben, die alleen maar willen winnen. En dit doen ze moeiteloos via financiële hokus pokus en vriendjespolitiek. Familiebelangen tieren weelderig. Maar als het niet opbrengt ontaardt het in ieder voor zich en over spreekwoordelijke lijken. Zij evolueren van alleswetende en doortastende actors naar mensen die niet meer weten hoe of wat. Ze verliezen hun imperium, weliswaar met hun zakken vol geld, maar met in hun kielzog een massa slachtoffers. Dat zijn wij, maar vooral onze kinderen. Die hebben enkel nog "change", wat kleingeld betekent.

Hebzucht is een stuk voor vandaag vanuit het nabije gisteren. Stijn Devillé, de auteur van het stuk, tevens regisseur en medespeler, gebruikte een aantal mijlpalen, januari 2005, juni 2007, september 2008, om de op-en nedergang van een financieel imperium te schilderen. Een onderwerp waar eerder de beurspagina's uit een krant voor ogen komen te staan en die je meestal overslaat. Een dusdanige cryptische wereld waar stand-up comedians misschien nog wel eens rond grappen. Maar om er een ernstig drama aan te wijden met de bedoeling het hele publiek mee te krijgen, dát moet je maar durven. Het is dan wel geen Griekse tragedie geworden, dat is iets van veel langer dan van gisteren en zoals gezegd is dit stuk zó echt van vandaag. Maar de goeie ouwe hybris hebben we blijkbaar nog niet verleerd. Getuige álle volwassen personages uit het stuk. Zij vertegenwoordigen de verschillende generaties uit alle sectoren van de financiële wereld. Een stelletje opgeblazen ego's bij mekaar. Ze zijn ziende blind, zoals onze goeie ouwe Oidipous. "Opslokken of opgeslokt worden" is hun motto. Ze lopen, gedreven door machtswellust en winstbejag, hun eigen ondergang tegemoet. Ze zijn zowel protagonist als hun eigen antagonist. Ze verliezen gaandeweg hun coole, opgeplakte minzaamheid, hun zelfcontrole en de controle over de anderen en tenslotte hun grootse winnersdroom. Wat ze echter níet verliezen, is hun geld. Door systematische voorkennis heeft ieder zijn eigen (?) geld op tijd in veiligheid kunnen brengen. De echte verliezers, dat zijn wij. De mensen in de zaal. De nú wetenden. Het zwijgend koor. Wij hebben ons geld verloren aan hún constructies, want wij hadden die kleine lettertjes bij onze beleggingsboosters niet gelezen.

En dan is er nog "het kind". Door dat kindpersonage in te voeren in het stuk, krijgt Stijn Devillé de kans om die ingewikkelde financiële transacties duidelijk te maken. Het komt misschien wat te belerend over voor de economisten in de zaal, maar ik vond het alleszins een knappe vondst. Het kind wordt de Thiresias, de ziener, in deze tragedie. Zij begrijpt - en wij met haar – hoe dit alles is kunnen verworden tot wat het nu is. "Zo gingen jaren heen/ De kinderen werden groot/ En zagen dat …" Met deze leenwoorden van Willem Elsschot ziet het kind in een nabije toekomst niet veel soelaas. De tijd van hokus pokus is voorbij. Ethiek is een maat voor niets. "De muziek is gedaan." De auteur van dit stuk verdient alle lof. Hier is degelijke research verricht en met de verkregen materie is een schitterend handelingsverloop opgebouwd met een klassieke spanningsboog.

Minder klassiek, maar wel accuraat, is de enscenering. Er is een kale witte ruimte, koud verlicht met een paneel van TL-lampen samengesteld uit rekenkundige tekens. Vooraan een rij van 10 micro's, achteraan nog twee. De muzikanten staan mee op de scène zoals we dat gewend zijn bij BZB. Zij bevinden zich aan weerskanten van het speelvlak en spelen mee met of schuren aan tegen het gebeuren. Als een soort neuro-mediacentrales dirigeren zij de bedrijvigheid met hun soms vreemdsoortige instrumenten. Zij vertegenwoordigen wezenlijk het ritme en de hartslag van de voorstelling met internet- en gsm-achtige geluidjes, figuurlijke onweersevocaties, maar ook met feestelijke deuntjes. Zij leggen de auditieve vinger op de wonde. Zij zwepen de zegstroom op, remmen die af of verwezenlijken een zeldzame akelige stilte. Het instrumentale overstemt soms het verbale. Wij verstaan niet wat er gezegd wordt, maar we begrijpen het des te beter.

De muziek in Hebzucht is in perfect samenspel met de integraal virtuoze spelerscast. Elk speelt zijn eigenheid uit. Ook in de evolutie. In het begin, als alles goed gaat, straalt er nog een collectiviteit uit met minzame smiling faces, gezamenlijke knip-met-de-vingerswing, vrolijke wipvoeten tot spring is in the air en joviale broederlijke schouderkloppen. Men is keurig gekleed in alle tinten deftig blauw. Eén figuur volgt die dresscode niet. Die springt eruit met zijn bedrukt T-shirt en makkelijke sneakers. Dat is Carl (Michael Pas), the American boy, dabbend en krabbend in zijn eigen vuilnis, de financiële alchimist die van luchtbellen goud maakt met zijn ADHD-brein. Lucky Luke's gewijs denkt hij sneller dan zijn schaduw. Zijn verbale verkopersstroom volgt. Hij is de enige die zichzelf niet verliest. Een mooi tegenwicht voor die blauwe zelfbewierokende fantastenclub, die gaandeweg veranderen in drenkelingen die kost wat kost, maar vruchteloos, het hoofd boven water pogen te houden. Hier en daar voeren de personages een wat vreemdsoortige choreografie op, vervreemdend als een neurologisch defect, een aankondigende kortsluiting? Zoals gezegd: virtuoos gespeeld, maar nu en dan horen we nog wat versprekingen. Maar ik ben er zeker van dat dit euvel na een paar maal spelen zal opgelost zijn.

Driemaal doorheen het stuk is er een interventie van het kind (Emma Devillé). We horen een ongekunstelde stem en zien een tienjarig meisje zonder toneelspeeltrucs. We verstaan wel niet elk woord, maar de keuze is duidelijk gevallen op puurheid en niet op dictie. Op het eind, als het doek gevallen is voor het imperium, krijgt het kind in de gauwte de hele tros micro's in de handen geduwd terwijl iedereen afdruipt. Onhandig staat het daar bij zoveel overvloed niets, want losgekoppeld en dus onbruikbaar. Een metafoor die kan tellen. Hiermee is alles gezegd.

Dit stuk is een must see voor iedereen. En ik ben zeer benieuwd hoe de plaatselijke KBC-directeur, die ons die Fortisboosters aansmeerde, gaat reageren.

An Melis in Theatermaggezien.be